Op donderdag 18 juni sprak ik de studenten van de Reinwardt Academie toe tijdens Spotlights 2026. Daarna ging ik met Marjan Otter en Rick Jimenez, onder leiding van Nadine Ridder, in gesprek over een vraag die het hele vak raakt: hoe neem je stelling in een wereld die wankelt?

Foto: student Laldo Concession wil de naam Reinwardt van de school halen, vanwege diens koloniale verleden. Uitgerekend het portret van Caspar Reinwardt gebruikten studenten Chris Aartsen en Lea Baak voor hun “Handreiking voor collectieplannen”: ze ‘gooiden er soep’ over, om te tonen wat een object kan overkomen.

Vroeger gingen musea over vroeger…

Sinds de eeuwwisseling zijn de musea in ons land ingrijpend veranderd. Als een museum in 2000 een relevante tentoonstelling wilde maken dan bedoelden ze dat het relevant voor het vakgebied moest zijn. En als je nu een relevante tentoonstelling wilt maken dan moet het maatschappelijk relevant zijn. Dat is een draai van 180 graden. 25 jaar geleden was het museum een bastion voor de kunsten, voor de geschiedenis of voor de wetenschappen. Het was voornamelijk een vakinstelling. 

Veel van die musea waren in de jaren net voor de eeuwwisseling verzelfstandigd en zagen dat overheden van hen verwachtten dat ze veel meer bezoekers zouden trekken. Maar dan moet je wel tentoonstellingen organiseren die dat publiek aantrekkelijk of relevant vindt. Dat deden ze en daarom werden blockbusters en experiences de nieuwe trend in het eerste decennium van deze nieuwe eeuw. Maar als je je vooral gaat richten op de samenleving dan zie je ook dat dat publiek bredere vragen en interesses heeft dan alleen het vakgebied. In de jaren na 2010 zie je dan ook dat musea steeds vaker maatschappelijke thema’s programmeren en geëngageerder worden. Want dat zijn onderwerpen waar dat publiek zich mee bezighoudt en die dus relevant zijn. Musea zoeken het hart van onze samenleving op!

Wat begon als pragmatisch meer bezoekers proberen te trekken heeft zich inmiddels ontwikkeld tot musea die zoeken naar een uitgesproken geëngageerd maatschappelijke rol. Maar dat betekent ook dat je je permanent opnieuw moet uitvinden, want die samenleving verandert razendsnel.Je kunt je niet meer beperken tot je traditionele vakgebied. 

En dat is best vermoeiend, luister maar naar Wayne Modest, de inhoudelijk directeur van het museum voor wereldculturen.

Het museum is instabiel geworden, wankel zou ik willen zeggen. Net als onze tijd zelf. Er zijn zoveel vragen en crises die we als samenleving het hoofd moeten bieden. Wayne Modest voelt zich uitgeput, zegt hij zelf. Maar hij vindt het ook een heel mooie tijd. In een wereld waarin de ongelijkheid steeds groter wordt en waarin we steeds meer tegenover elkaar staan streven musea naar diversiteit en inclusiviteit. Op een planeet die we aan het uitputten zijn, willen we duurzamer leven. Ik hoef hier al die systeemcrises waar we voor staan niet op te noemen. Jullie kennen ze wel. 

We leven in een wankele tijd en daarom heb ik dat boek geschreven over “De kunst van het wankelen of het instabiele museum”. Want bedenk dat hoe zwaar de uitdagingen ook zijn waar we nu voor staan, het is eigenlijk ook een heel mooie tijd om nu te leven. Het gaat weer ergens over. Ik zei net dat musea weer midden in de samenleving staan en dat geeft ze enorme mogelijkheden en ook verantwoordelijkheden om nieuwe wegen te zoeken om die publieke rol van het museum echt op nieuwe manieren te vervullen. In mijn podcast De museoloog en ook in mijn boek geef ik tientallen manieren hoe musea daarmee bezig zijn. 

Neem bijvoorbeeld Teylers Museum, het oudste museum van Nederland dat voortdurend experimenteert met nieuwe vormen. Een van de meest inspirerende projecten, was Yalla Yalla, Zie je in Egypte. Dat was geen traditionele tentoonstelling maar een “podwalk”. Een theatrale wandeling, die voorkwam uit de behoefte om andere verhalen op nieuwe manieren te vertellen.

Terry van Druten, hoofdconservator van Teylersmuseum vertelt hoe het begon…

Het is een vermoeiende maar ook prachtige tijd om in musea te werken. Er wordt geëxperimenteerd op een schaal zoals ik die niet eerder zag. En dat doen we temidden van grote onzekerheid. We weten dat de toekomst wankel is. We staan steeds vaker tegenover elkaar. En juist daarom weten we als musea dat wat we doen er meer toe doet dan ooit. Elke dag kun je zien dat er iets wezenlijks is veranderd aan de vraag wáárvoor we het doen. 

Vroeger gingen musea vooral over vroeger. Tegenwoordig gaan ze over nu. We werken niet meer voor de eeuwigheid, maar voor de vragen die mensen vandaag bezighouden. En dat vraagt om een andere manier van werken. Niet vanuit de zekerheid dat je weet hoe het over twintig jaar moet. Maar vanuit de behoefte om greep te krijgen op het nu. 

Luister tot slot naar Lotte Walrave van Landhuis Oud-Amelisweerd.

“Het is alleen maar nu.” Dat klinkt misschien als een beperking. Maar het is een geschenk. Want “nu” is het enige waar we werkelijk iets aan kunnen veranderen. En dit nu – deze wankele, opwindende, nog onbeschreven tijd – dit nu is van jullie. Niemand weet precies hoe het verder moet. En dat is goed. Want het betekent dat jullie het mogen bedenken.

Wie wankelt valt misschien. Maar wie stilstaat komt nergens. Ga wankelen. En maak er iets moois van.

18 juni 2026