Er was meer animo voor het symposium ‘De kunst van het wankelen’ dan er stoelen waren in de zaal van het Centraal Museum. We moesten mensen teleurstellen. Dat zegt iets over de vraag die in de lucht hangt.
Gelukkig namen we alles op. Vandaag verschijnen er twee podcasts over het symposium. Want wat er die middag werd gezegd verdient een groter publiek.
“We leven al in een nieuwe wereld.”
Ik hoorde iemand zeggen “we leven al in een nieuwe wereld” en realiseerde me dat we er al midden in staan. Een werkelijkheid die zich nog vormt en die nog niet is uitgekristalliseerd. Maar in de kern wel een wereld die echt anders is dan wat we kenden. Dat zie je in de politiek, in de economie, in de cultuur. En dus ook in musea.
We kijken zorgelijk naar de crises die deze nieuwe tijd inluiden. Klimaat, democratie, kunstmatige intelligentie, sociale media, oorlog. De systeemmodellen waar we op vertrouwden staan op losse schroeven. Je kent het allemaal wel.
Over die crises zelf hebben we het nauwelijks gehad op dit symposium. Wel over wat musea kunnen doen. Wat hun rol is. Hun opdracht. In drie gesprekken, met negen directeuren, draaide alles om één grote vraag: hoe breng je dat nieuwe museum voor die nieuwe wereld dichterbij?
De kunst van het wankelen is geen boek met finale oplossingen. Het is een uitnodiging tot een praktijk van voortdurend uitproberen en bijstellen. Meta Knol verwoordde het als het ‘Discrepante museum’: het museum van de logica én van de liefde, de systeemwereld én de vrije ruimte. Misschien zijn dat wel de twee benen waarop musea wankelen.
Met medewerking van Bart Rutten, Judikje Kiers, Vera Carasso, Udo Feitsma, Anne de Haij, Manfred Sellink, Tanja Elsgeest, Harry Tupan, Wayne Modest, Lotte Walrave, Michael Huijser, Meta Knol en Peggy Brandon.
En grote dank aan Centraal Museum, Amsterdam Museum en Museumvereniging voor de samenwerking die dit mogelijk maakte.
Foto’s Centraal Museum / diadiadia.photo











